Rechten en plichten

Als een buitenlandse werkgever uit de EU, EER of Zwitserland werknemers tijdelijk naar Nederland detacheert, dan hebben die werknemers recht op de belangrijkste arbeidsvoorwaarden en –omstandigheden die gelden in Nederland. Dit wordt geregeld in de Wet arbeidsvoorwaarden gedetacheerde werknemers in de Europese Unie (WagwEU) en de Wet op het algemeen verbindend en het onverbindend verklaren van bepalingen van collectieve arbeidsovereenkomsten de Wet (Wet Avv). Daarnaast moet de werkgever zich aan een aantal administratieve verplichtingen houden, waaronder de meldingsplicht. Deze maken het eenvoudiger om te controleren of bedrijven zich aan de regels houden.

Het gaat hierbij om:

• werkgevers die met eigen personeel in Nederland een dienst of opdracht uitvoeren;
• werkgevers die vanuit een multinationale onderneming werknemers overplaatsen naar een eigen vestiging in Nederland; of
• werkgevers die als uitzendbureau of ander bedrijf hun werknemers ter beschikking stellen in Nederland, en die onder toezicht en leiding van de opdrachtgever zullen werken.

Nederlandse arbeidswetten en cao-voorwaarden

Werknemers die naar Nederland gedetacheerd worden, hebben tijdens de eerste 12 maanden van hun detachering recht op de ‘harde kern’ van arbeidsvoorwaarden en –omstandigheden uit zowel Nederlandse arbeidswetgeving als algemeen verbindend verklaarde cao-bepalingen. Na 12 maanden hebben gedetacheerde werknemers recht op aanvullende Nederlandse arbeidsvoorwaarden en –omstandigheden. Deze periode kan door de werkgever eenmalig worden verlengd met zes maanden, zodat de gedetacheerde werknemers na 18 maanden recht hebben op de aanvullende arbeidsvoorwaarden. Daarnaast hebben gedetacheerde uitzendkrachten vanaf dag één recht op aanvullende arbeidsvoorwaarden en gelden er aanvullende verplichtingen voor hun werkgevers.

Uitgebreide informatie over de arbeidsvoorwaarden waar gedetacheerde werknemers recht op hebben vindt u hier.

Administratieve plichten

Op grond van de WagwEU geldt voor bedrijven uit de EU, EER of Zwitserland een aantal verplichtingen:

  • De meldingsplicht: werkgevers en meldingsplichtige zelfstandigen uit de bovengenoemde landen zijn verplicht om hun werkzaamheden in Nederland aan te kondigen. Zij dienen hun melding te doen vóór aanvang van de werkzaamheden, via het Nederlandse online meldloket. Daarbij moeten zij onder meer melding maken van alle werknemers die tijdelijk in Nederland komen werken. De opdrachtgever is verplicht om te controleren of alle buitenlandse werknemers correct zijn aangemeld. Is de melding onjuist of ontbreekt deze, dan moet de opdrachtgever dit aangeven in het meldloket.
  • De verplichting om bepaalde documenten beschikbaar te hebben op de werkplek:o arbeidsovereenkomsten;
    o loonstrookjes;
    o arbeidstijdenoverzichten;
    o A1-formulieren; en
    o betalingsbewijzen.
    Deze documenten dienen na beëindiging van de werkzaamheden nog vijf jaar beschikbaar te zijn; de Inspectie SZW kan hiernaar vragen.
  • De verplichting om een contactpersoon in Nederland aan te wijzen als aanspreekpunt voor de Inspectie SZW.
  • Inlichtingenverplichting: de verplichting om op verzoek van de Inspectie SZW informatie te verstrekken die de Inspectie nodig heeft voor het uitoefenen van het toezicht.

De Inspectie SZW kan een bestuurlijke boete opleggen bij het niet naleven van de meldplicht, het beschikbaar hebben van de documenten of de inlichtingenverplichting.

Handhaving en toezicht

De Inspectie SZW houdt toezicht op de WagwEU en op de naleving van de Nederlandse arbeidswetgeving. Bij een overtreding kan de Inspectie SZW een boete opleggen, bijvoorbeeld wanneer minder dan het Nederlandse minimumloon wordt betaald. De sociale partners houden toezicht op de naleving van cao-bepalingen.

Blijkt uit een inspectie op de werkplek of uit controle van andere gegevens die de Inspectie SZW heeft, dat de detachering van de buitenlandse werknemers niet correct is gemeld, dan kunnen de werkgever én de opdrachtgever beide een bestuurlijke boete krijgen.

Voor zelfstandigen geldt een beperkte verplichting om hun diensten in Nederland te melden en documenten op de werkplek beschikbaar te hebben. Deze plichten zijn ingevoerd om schijnzelfstandigheid tegen te gaan. Van schijnzelfstandigheid is sprake wanneer een persoon als zelfstandige (zzp’er) door een opdrachtgever wordt ingehuurd, maar deze feitelijk werknemer is.

Voor overtredingen van de meldplicht die zijn begaan voor 1 september 2020 wordt in beginsel geen boete opgelegd. Hiermee krijgen buitenlandse dienstverrichters, zelfstandigen en dienstontvangers enige tijd om bekend te raken met de meldplicht.

De termijn tot 1 september 2020 geldt niet voor meldingen op grond van de Wet arbeid vreemdelingen (Wav) voor grensoverschrijdende dienstverrichting. Dit betreft namelijk de voortzetting van een reeds bestaande meldplicht.